Kinderen spenderen steeds minder tijd buiten en dat heeft negatieve gevolgen op hun gezondheid en welbevinden. Outdoor school laat leerkrachten toe om in te zetten op het welzijn van de leerlingen zonder veel lestijd in te wisselen.

Ontstaan

Outdoor school maakte zijn intrede in de Europese schoolcultuur aan het einde van de negentiende eeuw. De snelle industrialisatie leidde tot een sterke bevolkingsgroei in stedelijke gebieden en bijgevolg tot ernstige gezondheidsproblemen. Om het besmettingsrisico te beperken, werd onderwijs gedeeltelijk naar buiten verplaatst, wat de eerste aanzet vormde tot een meer systematische vorm van buitenonderwijs (Karaoulas, 2025).

Hoewel de maatschappelijke context intussen sterk veranderd is, blijft de nood aan buiten zijn actueel. Wereldwijd spenderen kinderen hun vrije tijd steeds minder in natuurlijke omgevingen, wat negatieve gevolgen heeft voor hun fysieke en mentale gezondheid (Beames, Higgins, & Nicol, Learning Outside the Classroom: Theory and Guidelines for Practice, 2012). Tegelijkertijd groeit de aandacht voor welzijn binnen verschillende sectoren alsook binnen onderwijs en beleid (European Commission: Directorate-General for Education, Youth, Sport and Culture, 2024), waardoor outdoor school opnieuw aan belang wint. Het biedt scholen en leerkrachten de mogelijkheid om in te zetten op gezondheid en welbevinden zonder veel lestijd in te wisselen.

Outdoor school ≠ outdoor education

Outdoor school wordt vaak geassocieerd met survivaltechnieken of sportactiviteiten in de natuur, maar die vormen slechts één onderdeel van het bredere concept. In Scandinavië wordt een onderscheid gemaakt tussen outdoor education, dat focust op leren óver de natuur en het buiten zijn, en outdoor school of udeskole, dat verwijst naar een pedagogische visie die toepasbaar is op alle vakken, inclusief theoretische vakken zoals wiskunde, geschiedenis of Nederlands (Bærenholdt, Damsø Christiansen, & Hald, 2022). Het is gebaseerd op regelmatig, ervaringsgericht leren in diverse omgevingen in het kader van een opgelegd curriculum. Deze vier kernprincipes staan voorgesteld in onderstaand model.

Outdoor school - een pedagogische visie

In Scandinavië wordt outdoor school vaak georganiseerd volgend het Deense in-uit-in-model, waarbij ‘in’ staat voor het klaslokaal en ‘uit’ voor eender welke locatie daarbuiten. De les start binnen met een introductie. Vervolgens verplaatsen de leerlingen zich naar buiten voor de verwerving en verwerking van de leerinhoud. Ten slotte eindigt de les binnen met een evaluatie en een reflectie op de effectiviteit van de buitenactiviteiten (Bærenholdt, Damsø Christiansen, & Hald, 2022). Dit is een basismodel dat de leerkracht kan aanpassen op basis van vooropgestelde doelen. Naar buiten gaan kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden als introductie waarbij de link naar het dagelijks leven wordt gelegd. Dit model benadrukt dat outdoor school geen losstaande activiteit is, maar een geheel van binnen- en buitenleren dat gerealiseerd wordt gedurende meerdere lessen.

Diverse omgevingen

Outdoor school maakt gebruik van diverse omgevingen. Locaties voor buitenlessen zijn in te delen in vier zones, voorgesteld door concentrische cirkels.

In het centrum ligt de thuisbasis, het schooldomein. Hoe verder van het midden, hoe meer (administratieve) voorbereiding vereist is voor de buitenlessen. Het schooldomein en de lokale omgeving zijn te voet bereikbaar en bijgevolg toegankelijk voor een leerkracht alleen. Een dagexcursie vereist groepstransport via een bus of trein. Voor meerdaagse expedities moet de school overnachtingsplaatsen, voeding en andere materialen voorzien (Beames, Higgins, & Nicol, Learning Outside the Classroom: Theory and Guidelines for Practice, 2012).

Naast de verschillende zones is er het onderscheid tussen space en place. Een ruimte (space) verwijst naar een locatie die geen specifieke kenmerken heeft die essentieel zijn voor de les. Wanneer de omgeving wél inhoudelijk betekenisvol is, spreekt men van place-based education (Fägerstam, Space and Place: Perspectives on outdoor teaching and learning, 2012). Dit concept wordt voorgesteld als een spectrum, gaande van place-ambivalent (de locatie is niet relevant, komt ook neer op space) tot place-essential (de locatie is noodzakelijk voor het leerproces) (Beames, Place-Based Education: A Reconnaissance of the Literature, 2015). In het midden van het spectrum staat place-sensitive (de locatie is gedeeltelijk noodzakelijk voor het leerproces). Dat wil zeggen dat men wel gebruik maakt van locatiespecifieke elementen, maar dat er toch andere, gelijkaardige locaties mogelijk zijn voor de les. Misschien wil de leerkracht de leerlingen bepaalde bomen met elkaar laten vergelijken. Het bos moet dan die specifieke bomen hebben, maar of dat in Limburg of West-Vlaanderen ligt, maakt geen verschil. Place-essential onderwijs vereist een exacte locatie en kan op geen enkele andere locatie gegeven worden. De hele les staat in het teken van de locatie, bijvoorbeeld het Gallo-Romeins museum in Tongeren om te leren hoe de mensen in deze regio leefden.

Curriculumgebonden/interdisciplinair

Outdoor school wordt in Scandinavië niet beschouwd als een doel op zich, maar als een didactisch middel om curriculumdoelen te realiseren (Beames, Place-Based Education: A Reconnaissance of the Literature, 2015). In Noorwegen, maar ook in andere landen zoals Australië, Canada en Schotland, wordt outdoor school ingezet om vakgebonden doelen interdisciplinair aan te bieden. Door vakoverschrijdend te werken, ontstaat een leeromgeving die dichter aansluit bij de echte wereld en die leerlingen stimuleert om theoretische kennis te verbinden met concrete ervaringen. Bovendien bevordert outdoor school sociale vaardigheden, communicatie en executieve functies, omdat leerlingen vaak in groep samenwerken en meer verantwoordelijkheid krijgen (Bærenholdt, Damsø Christiansen, & Hald, 2022).

Ervaringsgericht

Participatie is integraal verbonden aan outdoor school. Er is altijd een activiteit waaraan de leerlingen deelnemen waardoor ze wel of niet bewust geëngageerd zijn in de les. Naast die betrokkenheid bewegen leerlingen ook meer. Dat helpt niet alleen om warm te blijven op koudere dagen, het draagt ook bij aan concentratie, creativiteit, zelfvertrouwen en welbevinden (De Wit, 2024). De buitenomgeving biedt bovendien rijke zintuiglijke prikkels die binnen moeilijk te reproduceren zijn. Door te ruiken, voelen, observeren en experimenteren leren leerlingen op een manier die aansluit bij natuurlijke leerprocessen (Beames, Higgins, & Nicol, Learning Outside the Classroom: Theory and Guidelines for Practice, 2012).

Regelmaat

De uitdrukking ‘Eentje is geentje’ is zeker van toepassing op outdoor school. De nadruk op regelmaat is essentieel. De voordelen van outdoor school zijn onderzocht, maar werden tot nog toe enkel vastgesteld in groepen die herhaaldelijk outdoor school organiseerden. Deze groepen spendeerden minstens tweewekelijks enkele uren buiten het klaslokaal (Becker, Lauterbach, Spengler, Dettweiler, & Mess, 2017).